|
Het heelal het ontstaan van leven evolutie Voorwoord
We bekijken drie verschillende studiegebieden voor zover er reeds inzicht over bestaat: Het Heelal, zijn ontstaan, zijn samenstelling en zijn uitbreiding Het ontstaan van leven (abiogenese) op aarde Het mechanisme van de evolutie van levende wezens in de tijd Vermits het heelal een kluwen is en verbonden met elkaar, zijn de drie onderwerpen met elkaar verbonden en niet volledig te scheiden. We moeten volgende zaken vooropstellen: We weten dat het heelal nog steeds uitbreidt maar we kennen het allereerste begin niet. We weten dat het heelal een structuur is van planeten, sterrenstelsels enz. maar we weten niet wat het "wezen" of "biotoop" heelal echt is. We weten dat, na de afkoeling van het aardoppervlak, leven ontstaan is, maar het mechanisme hoe uit "levenloos materiaal" (koolstof, zuurstof, waterstof enz.), spontaan, "levende cellen" kunnen ontstaan (abiogenese), is nog niet bekend. Iedere populatie volgt zijn eigen weg in de evolutie, en daardoor komen vertakkingen binnen soorten voor. Evolutie lijkt op een bos met bomen met vele vertakkingen. We kunnen de sprongen die we vaststellen in de evolutie, aan de hand van fossielen, nog niet verklaren. De wetenschap heeft over deze onderwerpen veel hypotheses en theorieën, gedeeltelijk bewijzen en veel praktische toepassingen die steunen op deze kennis maar er is nog veel onderzoek nodig om een en ander uit te klaren. Het heelal Elektronen, protonen, neutronen en fotonen vormen de atomen zoals waterstof, helium, zuurstof, ijzer enz. Atomen vormen op hun beurt moleculen zoals zand (silicium en zuurstof), water (waterstof en zuurstof), ammoniak (waterstof en stikstof). Dit zijn levenloze stoffen. Deze moleculen zijn de bouwstenen van de melkwegstelsels, die een verzameling zijn van de zonnestelsels met hun planeten. Atomen zijn ook de basis van moleculen zoals aminozuren, ribonucleïnezuren en desoxyribonucleïnezuren en deze zijn de bouwstenen van de levende cellen. De cellen zijn dan weer de bouwstenen van de meer complexe levensvormen: planten en dieren. Het heelal is dus een complex kluwen van levenloze elementen en levende wezens die op hun beurt weer uit levenloze stoffen bestaan. Piramide van het heelal Neutronen Protonen Elektronen Fotonen Atomen Moleculen Planeten > Biotopen > Levende wezens Zonnestelsels Melkwegstelsels Heelal
We omschrijven het heelal als: "Het geheel van massa en energie die in ruimte en de tijd bestaat en alles wat daaruit ontstaan is: melkwegen, sterrenstelsels, de ruimte daartussen en alle planeten met alle levende wezens daarop". Filosofen en wetenschappers als Mozes, Socrates, Copernicus, Galilei, Mohamed, Mendeljeff, Bohr, Newton, Darwin, Einstein en de moderne wetenschappers hebben een tipje van de sluier trachten op te lichten over het heelal waarin we leven, maar nooit zullen wij in staat zijn, met onze beperkte menselijke hersencapaciteit, alle details over het heelal en zijn ontstaan te ontrafelen. Het heelal is uitgebreider dan alles wat wij ooit hebben kunnen vaststellen met telescopen en ruimtetuigen van het "heel grote" of met microscopen van het "heel kleine". We kennen het volledige plaatje van het heelal niet. Om het onbekende te begrijpen, vertrekken we van hetgeen we wel kennen door waarneming, het opstellen van hypotheses en theorieën, het zoeken van bewijzen daarvoor of het weerleggen daarvan en de praktische toepassingen op de theorieën.
We kennen de wereld waarin we zelf leven met alle planten en dieren om ons heen. Onze waarnemingen en de biologie geven ons een inzicht in deze wereld. Door technische hulpmiddelen en redeneringvermogen kennen we ook nog andere niveaus. We hebben een wereld van het zeer kleine: het niveau van moleculen, samengesteld uit atomen met zijn protonen, neutronen, elektronen en fotonen. Op de theorieën daarover steunt o.a. de scheikundige nijverheid. We hebben de wereld van de eencellige wezens, amoeben en bacteriën. De kennis over DNA, cellen en genen was een aanzienlijke stap voor de wetenschap. De geneeskunde heeft door de kennis daarover, een sprong vooruit gemaakt. Aan de andere kant hebben we het niveau van het, voor ons, zeer grote: het geheel van planeten, zonnestelsels en melkwegstelsels. Hier is de kennis nog beperkt door de limieten van de telescopen en ruimteschepen. De ruimtevaart steunt op de theorieën hierover. Het heelal lijkt meer te zijn dan een verzameling planeten, sterrenstelsels en melkwegstelsels: een levend geheel, zoals de mens meer is dan een verzameling van fotonen, protonen, elektronen en neutronen die atomen vormen en op hun beurt weer moleculen en deze zijn dan weer de bouwstenen van de organen welke de mens vormen. De mens kan bewegen, sporten, redeneren enz. door middel van al deze basiselementen, waaruit hij bestaat. Men zou dit kunnen vergelijken met een schilderij dat gevormd wordt door een kader met een doek en verf. Het is een kunstwerk dat de opgeslagen ervaringen en invloeden op de kunstenaar weergeeft, op een kunstige manier, en is dus meer dan enkel doek en verf. Het boek Genesis van Mozes is het oudst gekende verhaal over het ontstaan van het heelal. Het is een boek geschreven om antwoord te geven op de vragen van het hebreeuwse herdersvolk van zijn tijd. Mozes had de mostaard bij de Egyptische sterrenkundigen gehaald . Oude ideeën, filosofieën, hypothesen en theorieën dienen steeds aangepast aan nieuwe inzichten. Dit doet niets af aan het feit dat ze wetenschappers aan het denken zetten en bijdragen tot het ontwarren van het raadsel dat het heelal is en altijd zal zijn. We willen hier wel opmerken dat er 2 versies van Genesis blijken te bestaan, die volledig van elkaar verschillen. Een wijze weet dat hij of zij zeer weinig weet.
Een dwaze denkt alles te weten. Wetenschap bestaat uit het vaststellen van feiten, het opstellen van theorieën daarover, en deze daarna af te toetsen aan de praktijk om ze te bewijzen, bij te stellen of te ontkrachten. Wetenschappers trachten het heelal en al de levende wezens die zich daarin bevinden, te verklaren met de hypothese van de oerknal, cellen- en evolutietheorieën. Perpetuum mobile Wetenschappelijk werd vastgesteld dat het heelal nog steeds verder uitdijt. Sterrenkundigen redeneren: als we de film van het uitdijende heelal omkeren en het verleden terug trachten samen te stellen, dan wordt het heelal steeds kleiner en compacter tot op een punt dat het nog enkel een soort oerconcentraat was: Een mengeling van elektronen, protonen en neutronen. Maar dan stelt zich weer de vraag: Waar kwamen die vandaan, want NIETS ONTSTAAT UIT HET NIETS. Mogelijk is het heelal een soort perpetuum mobile dat uitbreidt, en na miljarden jaren weer samenklapt en alles begint dan weer van vooraf aan. Ontstaan
Door verdere kernfusie van de verschillende isotopen ontstaan de andere elementen van Beryllium tot Uranium. Bij kernfusie van elementen lichter dan ijzer komt immers steeds opnieuw energie vrij. Vanaf elementen zwaarder dan ijzer wordt energie opgebruikt om de kernfusie verder te laten verlopen. Er is dus een soort uitdovend effect bij de vorming van elementen zwaarder dan de ijzermolecule in sterren en planeten en verklaart dat sterren opwarmen en daarna weer uitdoven door uitstraling maar ook door het opgebruiken van zijn eigen energie. Bij verval van de zwaarste elementen komt opnieuw energie vrij. Dit verklaart waarschijnlijk de activiteit binnenin de aarde en de vulkaanuitbarstingen. Evenwicht in het heelal Op alle niveaus, van bacteriën over schimmels, planten, dieren, planeten, zonnestelsels en melkwegstelsels is er een voortdurende kringloop van vernieuwing, een perpetuum mobile en tevens een streven naar evenwicht. Planeten maken periodieke banen om hun zon, zonnestelsels welke op hun beurt dan weer een periodieke baan beschrijven in het melkwegstelsel. Daardoor krijgen we het ontstaan van de seizoenen op aarde. Planten en dieren groeien, zorgen voor nageslacht en sterven. Ze vormen humus door de werking van bacteriën. In die humus vinden de nieuwe planten en sommige dieren dan hun voedingsbodem. Oudere planten en dieren sterven en maken plaats voor nieuwe. Deze processen herhalen zich steeds opnieuw. Het heelal en het leven lijken op een perpetuum mobile
In het heelal streeft alles naar evenwicht Zoals levende wezens geen hoop moleculen zijn die bij elkaar gesmeten werden, maar bestaan uit organen die onderling, op een vernuftige wijze, samenwerken, zo is er ook geen wanorde in de melkwegstelsels met hun zonnestelsels en planeten, maar heerst er een duidelijke orde in dit geheel. Als nieuwe sterrenstelsels ontstaan, gebeurt dat volgens natuurwetten maar ook toeval heeft hierin een plaats. Soms botsen hemellichamen en spatten dan wanordelijk uiteen en gaan nadien weer regelmatige banen innemen. Men zou dit kunnen vergelijken met het verkeer. Auto's rijden rond met een bepaalde bestemming. Soms gebeuren botsingen, maar daarna gaat het verkeer weer ordelijk verder. Hoe is leven ontstaan?
Atomen en hun onderdelen worden als dode stof beschouwd. Verschillende atomen vormen onder de juiste omstandigheden een structuur n.l. moleculen. Het mechanisme waarbij bij cellen, planten en dieren, nieuwe cellen gevormd worden, is bekend. Nieuwe cellen worden opgebouwd uit moleculen met als basisatomen koolstof, zuurstof, stikstof, fosfor en waterstof, die aangevoerd worden door voedsel en dan via celdeling bij de cellen, of via het voortplantingsmechanisme bij planten en dieren, nieuwe levende wezens vormen. Het mechanisme van spontaan ontstaan van leven is niet gekend. Het is niet zo dat levende cellen spontaan ontstaan als we eiwitten, desoxyribonucleïnezuur (DNA) en ribonucleïnezuur (RNA), die de basismoleculen van cellen vormen, gewoon bijeen brengen en goed schudden. Alhoewel de samenstelling en de structuur van cellen gekend is, is men er nog niet in geslaagd om, kunstmatig, levende cellen te laten ontstaan, gezien de complexe structuur. De omstandigheden van temperatuur, vochtigheid enz., voor spontaan ontstaan van leven, zijn niet gekend. Men zou dit enigszins kunnen vergelijken met het ontstaan van sneeuwvlokken. We zien daar ook een kristalstructuur ontstaan en dat gebeurt enkel onder welbepaalde omstandigheden. Men vermoedt dat onderzeese vulkanen en moerassen de ideale plaatsen zijn, voor het spontaan ontstaan van leven. Als abiogenese bestaat, zou dat nog steeds moeten plaatsvinden en moeten er nog steeds nieuwe levensvormen ontstaan. Men heeft daar echter nog geen bewijs van. Men veronderstelt dat er veel eenvoudiger levensvormen bestaan of bestaan hebben dan de gekende cellen. Deze zouden dan geëvolueerd zijn naar de gekende complexe cellen. Daarover is nog weinig gekend. Evolutie Alles in het heelal verandert (evolueert) in de tijd. Deze evoluties gebeuren spontaan en meestal niet met een bepaald doel. We beschouwen hier enkel de biologische evolutie. Ook daar lijkt er geen welbepaald doel te zijn, waar levende wezens naartoe evolueren. Natuurlijke selectie gebeurt doordat de wezens, met de meest geschikte eigenschappen, voor zijn biotoop, meer kans hebben om te overleven en het voortbestaan van hun soort te verzekeren en dus deze eigenschappen door te geven. De meest aangepaste groepen hebben de grootste kans om te overleven in moeilijke omstandigheden. Zo zullen b.v. bruine dieren veiliger zijn voor hun natuurlijke vijanden in een bos, omdat ze minder opvallen en witte dieren zijn dan weer veiliger in de sneeuw. Deze natuurlijke selectie speelt zich af op alle niveaus: bacteriën, planten en dieren. Er is in de natuur een soort van wedstrijd om te overleven. Ontstaan van de evolutietheorie
Nieuwe soorten Nieuwe planten- en diersoorten ontwikkelen zich uit eencelligen en eens deze wezens zich een plaats in een biotoop veroverd hebben, handhaven deze zich door voortplanting en evolueren. Als populaties, over een zeer lange tijd, steeds verder uit elkaar evolueren, ontstaan nieuwe soorten. Evolutie gebeurt o.a. onder druk om te overleven. Wezens die bepaalde eigenschappen bezitten, hebben meer kans om te overleven. Evolutie kan wel in de twee richtingen gaan. Als bepaalde genetische eigenschappen geen voordeel meer geven om te overleven in een biotoop, kunnen deze verdwijnen. Zo zijn b.v. bij de zeehonden, vermits ze meestal zwemmen, de poten niet meer volledig ontwikkeld. Ook bij walvissen zijn de poten praktisch volledig verdwenen. Men ziet duidelijk een wisselwerking tussen evolutie, mutaties, aanpassen aan behoeften en natuurlijke selectie. Hoe dit genenproces werkt is nog niet volledig duidelijk. Evolutie gaat verder De evolutiebiologen bestuderen alles in verband met de weg die de eencellige wezens zouden doorlopen hebben, gedurende miljoenen jaren, om te geraken tot de complexe wezens zoals ze er nu uitzien. De huidige wezens zijn, op hun beurt, slechts een tussenfase in de evolutie omdat die steeds verder gaat. De evolutie houdt slechts op, als de soort ophoudt te bestaan b.v. doordat zijn biotoop wordt vernietigd, of door een overwicht van een andere soort. Voor de evolutietheorie zijn aanwijzingen, maar er ontbreken veel schakels maar er is geen wetenschappelijk alternatief. De evolutietheorie wordt dan weer door sommigen niet aanvaard omdat zij niet in positieve mutaties geloven, daar deze nog niet zouden vastgesteld zijn.
Orde en wanorde Als we in een bos wandelen, zien we de pracht van de bomen die daar groeien en dieren die daar hun biotoop hebben. Als we dan onder de bomen kijken zien we een wanorde van dode bladeren en takken die zich omzetten in humus. Toch ontluiken in dat wanordelijke humus nieuwe bomen, planten en bloemen uit de zaden van de volwassen bomen, planten en bloemen. De bomen en bloemen zijn geen exacte kopij van de voorouders. De takken en bladeren lijken wel willekeurig anders geplaatst, maar toch blijven veel basiseigenschappen dezelfde. We herkennen nog steeds de afkomst van de boom of de bloem. In de natuur vormen orde en wanorde een evenwicht. Er is een evenwicht tussen orde en wanorde.
Verdwijnen van soorten Het menselijk ras, in zijn huidige vorm, bestaat ongeveer 100 000 jaar en zou, zoals alle levende wezens, ontwikkeld zijn uit eencellige wezens en dan via oneindig veel tussenfases naar een complex wezen geëvolueerd zijn. Vele levende wezens zijn al uit dit proces verdwenen. De dinosaurussen zijn daar het meest tot de verbeelding sprekende voorbeeld van en zijn waarschijnlijk door klimaatveranderingen en/of door inslag van meteorieten, bijna volledig uitgestorven. Dit feit heeft miljoenen jaren geleden plaatsgehad. Er verdwijnen nog steeds soorten uit ons milieu, zij het dan dikwijls door onverantwoorde ingrepen van de mens in de natuur. Indien er geen reactie gekomen was, zouden olifanten, giraffen, leeuwen en tijgers reeds definitief verdwenen zijn.
Sprongen in de evolutie Eens eencellige wezens gevormd zijn, moeten ze volgens de evolutietheorie, nog een evolutie doormaken tot complexe levende wezens zoals planten en dieren. Daar is nog geen duidelijkheid over. Het ligt niet voor de hand dat b.v. uit vissen vogels evolueren omdat er geen doorlopende levende ketting aan tussenvormen bestaat. Er bestaan wel vissen met vleugels die beperkt kunnen vliegen. De evolutietheorie gaat er van uit dat alle levende wezens door de wet van de meest aangepaste in zijn biotoop en soms door toeval maar ook door wijziging van DNA, vanuit de eencellige wezens geëvolueerd zijn naar de wezens zoals ze er nu uitzien. Evolutiebiologen hebben evolutie binnen de soort vastgesteld. Sommige soorten groeien langzaam uit elkaar. Vandaar dat men aan de hand van fossielen, die gevonden worden, de geschiedenis van de levende wezens tracht te reconstrueren. Hierin is men tot nu, slechts beperkt geslaagd. Wezens ondergaan geleidelijk veranderingen o.a. door het steeds veranderend DNA, via het voortplantingsproces en door natuurlijke selectie waardoor de meest aangepaste wezens meer kansen hebben om in hun biotoop te overleven en te evolueren. Deze geleidelijke evolutie kunnen de evolutiesprongen niet verklaren, die men vaststelt, aan de hand van de fossielen, in de verschillende grondlagen. De oorzaak daarvan is nog niet duidelijk. De non-believers stellen dat het onmogelijk is dat b.v. het ademhalingssysteem van vissen zich kan omvormen naar dat van zoogdieren, omdat dit volledig anders is en een geleidelijke overgang dus onmogelijk blijkt te zijn. Evolutie van de mens Er bestonden vóór de volken zoals Egyptenaren en Maya's nog mensen, die zich, zo'n 100 000 jaar geleden, tot de huidige mens ontwikkeld hebben. We vinden hier weinig sporen van terug. Ook de oude Hebreeuwse, Chinese en Egyptische geschriften zeggen daar niets over. Daarom kan men zich de vraag stellen of het menselijk ras echt veel geëvolueerd is, gezien de bouw van de oude tempels en piramides een gelijkaardige intelligentie vraagt als de bouw van de meest moderne gebouwen. Alleen beschikken we nu over een grotere dosis ervaring, die we door de eeuwen hebben vergaard en doorgegeven. De uitvinding van de boekdrukkunst is daaraan niet vreemd evenals de mogelijkheden van de computer. Echte evolutie van de mens lijkt dus onbestaand. Er lijkt geen constante in de evolutie te zijn. Sommige periodes zou die sneller gebeuren, andere periodes trager. De oorzaak daarvan is niet zo duidelijk. Bij de mens zijn er, ondanks de fysieke gelijkenis met andere zoogdieren, bijzondere eigenschappen waardoor ze zich onderscheiden n.l. de spraak en het redeneringvermogen, welke aanzienlijk meer ontwikkeld zijn dan bij andere zoogdieren. Reïncarnatie Wezens leven, planten zich voort en sterven. Ze blijven voortbestaan via hun nageslacht en hebben soms gelijkenissen. Deze gelijkenissen hebben vroeger aanleiding gegeven tot het geloof in reïncarnatie. Sommige eigenschappen van voorouders komen terug voor in de kinderen via het DNA. Het is het DNA dat eigenschappen heeft van de voorouders. Het is niet de geest van de voorouders die weerkeert in de kinderen, vermits nu wetenschappelijk vaststaat dat de werking van de hersenen niets met een immateriële geest te maken heeft maar met een fysische, elektrische en scheikundige activiteit in de hersenen. Leven op andere planeten Er leven wezens, van zeer klein tot zeer groot, zoals bacteriën en schimmels over mossen, planten en dieren op onze planeet. Logisch gezien bestaan er ook in andere zonnestelsels, op planeten met gelijkaardig, gematigd klimaat als de aarde, leefwerelden van levende wezens, al dan niet met een andere structuur en uitzicht dan deze op onze aarde. Hiervan is, tot nu, geen enkel bewijs gevonden. De ruimtetuigen zijn nog te beperkt om buiten ons zonnestelsel te reizen en met telescopen kan men hoogstens een zonnestelsel buiten het onze waarnemen, maar geen verdere details. Er is ook nog geen enkel buitenaards ruimtetuig tussen de sterren waargenomen, zelfs niet met de sterkste telescopen. De mens en natuur
Schimmels en bacteriën vinden hun voedingsbodem in al dan niet dode planten en
dieren en zetten deze om tot humus. In deze humus, die bepaalde De mens is uitgegroeid tot de vernieler van de natuur bij gebrek aan morele waarden. Is de mens een erg verstandig zoogdier of dommer dan het domste? Of is het dan toch waar als men spreekt van: het dierenrijk en het mensdom? Besluit
Hoe leven ontstaat uit dode stof en hoe wezens geëvolueerd zijn naar de wezens zoals we ze nu kennen, zijn vragen waar nog geen antwoord op kunnen geven. Er is nog veel werk aan de winkel voor de wetenschappers om een en ander uit te klaren. De relatie tussen massa, energie, ruimte en tijd heeft nog veel geheimen. Het vermogen van de menselijke hersenen is beperkt. We zullen nooit alles kunnen verklaren, maar het blijft boeiend om steeds verder te zoeken naar meer kennis over het heelal, het ontstaan van leven en de evolutie van de levende wezens. Dit wordt enorm vertraagd door het conservatisme van vele mensen. De schrik voor het onbekende, het vastklampen aan macht en oude ideeën is een afremming voor veel onderzoekswerk.
We bouwen muren rondom ons heen, om onszelf te beschermen voor wat we niet kennen.
Alles over het heelal willen verklaren is een onbereikbare ILLUSIE maar wel een mooie droom 05 02 2012 Armand Maes
|